Egerländer muziek is oorspronkelijk volksmuziek uit het Egerland, een regio in het noordwesten van Bohemen (tegenwoordig in Tsjechië rond de stad Cheb en de rivier Ohře). Zowel de stad als de rivier heten in het Duits Eger. De muziekstijl is gebaseerd op de Boheemse volksmuziek en is te vergelijken met Zuid-Duitse en Oostenrijkse muziek.

In het buitenland, en dan hoofdzakelijk in Duitsland, werd deze traditionele volksmuziek in de jaren 50 erg populair. De bekendste vertolker was musicus en dirigent Ernst Mosch met zijn ‘Original Egerländer Musikanten’. Na zijn overlijden kwam de kapel onder leiding van Ernst Hutter, trombonist in de kapel van Ernst Mosch.

De muziek bestaat voornamelijk uit marsen, walsen en polka's. Ze worden doorgaans gespeeld door een blaaskapel met klarinetten, een dwarsfluit of soms een piccolo, bugels, een trompet, trombones, baritons, waldhoorns en bastuba's en aangevuld met slagwerk.

Bij heel wat nummers wordt er in het Duits gezongen. Af en toe gebeurt dat ook in het Tsjechisch omdat vele nummers zowel een Duitse als een Tsjechisch titel hebben, al naar gelang de componist uit het vroegere tweetalige Bohemen.

In de Nederlandse volksmond wordt Egerländer muziek vaak in één zin genoemd met Tiroler- of hoempapa muziek. Waarschijnlijk is dit het gevolg van de komst van de Oktoberfeesten die in diverse steden georganiseerd worden.

In Nederland worden die bierfeesten niet opgevrolijkt door Egerländer muziek maar door populaire schlager- of Tiroler deuntjes. In Duitsland daarentegen wordt de muziek in de feesttenten wel verzorgd door een Egerländer kapel.

In Nederland heeft de Egerländer muziek zijn intrede gedaan in de jaren 70 van de vorige eeuw toen veel Egerländer kapellen opgericht werden, vaak als onderdeel binnen een harmonieorkest. Tegenwoordig is de belangstelling wel wat minder geworden maar in het oosten van Nederland langs de Duitse grens zijn nog veel liefhebbers van deze Egerländer kapellen te vinden.